70 procent werknemers heeft thuiswerkplek nog niet op orde

Zo’n 70 procent van de Nederlandse werknemers heeft een werkplek die nog altijd niet goed is toegerust op werken vanuit huis, zo blijkt uit de eerste Monitor Hybride Werken van KPN. Nu thuiswerken sinds eind november weer de norm is, is het digitale thuiswerkverkeer met een derde toegenomen. Toch zitten nog altijd veel werknemers dagelijks zonder bureaustoel, tweede scherm of fatsoenlijk bureau. Ook ondervindt een deel technische problemen bij het thuiswerken, bijvoorbeeld door een haperende verbinding.

Uit de Monitor Hybride Werken van KPN, uitgevoerd onder 1000 werknemers die hybride werken, blijkt dat ruim een kwart nog niet over een (verstelbaar) bureau beschikt. Eenzelfde hoeveelheid heeft geen tweede scherm en ruim een vijfde heeft thuis nog steeds geen bureaustoel staan. Voor bijna een kwart is er sprake van een ruimteprobleem: deze groep heeft geen geschikte aparte ruimte in huis om goed te kunnen werken. Ook beschikken werknemers vaak niet over een goede, stabiele wifiverbinding (18 procent) en een snelle internetverbinding (16 procent). Slechts 30 procent geeft aan niets te missen op de thuiswerkplek.

“Succes hybride werken valt of staat met infrastructuur”
Ruim twee derde zegt het liefst thuis te werken, omdat daar de concentratie en de productiviteit beter zijn. Eenzaamheid, afleiding of vervaging tussen werk en privé zijn redenen waarom een minderheid van de ondervraagden liever op kantoor werkt. Ook technische mankementen, bijvoorbeeld een haperende internetverbinding, zorgen ervoor dat thuis- of hybride werken als negatief wordt ervaren. Maar liefst 63 procent van de mensen die wel eens hybride vergaderen klaagt dat een slechte internetverbinding zorgt voor een rommelig en onprettig verloop van overleggen. Bijna 40 procent is er bij het inbellen in meetings bang voor dat de techniek hem in de steek laat.

“Deze cijfers zijn verontrustend”, aldus Marieke Snoep, directeur zakelijke markt en lid van de raad van bestuur van KPN. “We hadden gedacht dat veel bedrijven hun infrastructuur op kantoor, maar ook bij de werknemer thuis inmiddels op orde zouden hebben. Als we hybride werken écht willen laten werken, zijn structurele veranderingen nodig in de fysieke werkomgeving thuis en op kantoor, in ICT en in gedrag van management en medewerkers. Daar valt of staat het succes van hybride werken namelijk mee.”

Ook op kantoor verbetering te behalen
Ook op kantoor valt het nodige te verbeteren. Ruim een derde wil meer ruimte om in stilte te kunnen werken. Ruim een kwart wil dat er op zijn of haar werk meer ruimtes komen om te kunnen bellen, een even grote groep wil dat meer ruimtes geschikt worden gemaakt voor videobellen. Van de werknemers die al gebruikmaken van dergelijke videoapparatuur krijgt 47 procent deze niet altijd goed aan de praat. 43 procent geeft aan dat de juiste apparatuur nog helemaal ontbreekt. Slechts 24 procent geeft aan dat er niets op het kantoor hoeft te gebeuren om hybride werken te vergemakkelijken.

“Kantoren krijgen een andere functie en zullen gebruikt gaan worden voor ontmoeten en samenwerken”, vervolgt Snoep.Een voorwaarde voor succesvol hybride werken is dat thuiswerken net zo goed gaat als op kantoor. Waar mensen ook werken, ze rekenen op software, hardware en een netwerk dat constant presteert en waar ze veilig gebruik van kunnen maken. Zonder haperingen, zonder storingen. De werkplekken thuis en op kantoor moeten bovendien naadloos in elkaar overvloeien. Met een gebruikerservaring die overal gelijk is.”

40 procent heeft geen afspraken over hybride werken
Zo’n 85 procent van de werknemers wil graag zelf blijven bepalen op welke dagen zij thuis werken en op welke dagen op kantoor. In 59 procent van de gevallen zijn daar afspraken over gemaakt. In de helft van de gevallen is er een minimaal aantal kantoordagen overeengekomen. In ruim een derde van de gevallen is afgesproken op welke dagen men verplicht op de zaak aanwezig moet zijn. Maar liefst ruim 40 procent heeft over hybride werken geen enkele afspraak met de baas gemaakt, maar daar heeft bijna driekwart dan ook geen behoefte aan. Snoep sluit af met de oproep aan werkgevers en werknemers om vooral met elkaar in gesprek te gaan: “De eerste Monitor Hybride Werken laat zien dat er nog voldoende ruimte is voor verbetering en ik roep werknemers en werkgevers dan ook op om hierover verder met elkaar in gesprek te gaan. Blijf in contact over wat werkt en wat niet en pas het aan.”